Hij maakt meerdere grote, zowel architectonische als stedebouwkundige, ontwerpen, maar die blijven vrijwel allen onuitgevoerd. Soms zijn het deelnamen aan architectuur-prijsvragen, vaak plannen op eigen initiatief: een hoge brug met torengebouwen over het IJ; windmolenwoningen genesteld in onbruik geraakte hoogspanningsmasten; een slangachtige bouwstructuur om het zonlicht op het zuiden overal te laten doordringen; een glazen gangenstelsel op het Frederiksplein…
Zijn 'Wederopbouwplan Nieuwmarkt Waterlooplein' van 1976 is daarbij het meest concreet. Het is een even realistisch als visionair plan dat de nog bestaande bebouwing als uitgangspunt neemt en tegelijkertijd door invoegingen en toevoegingen de stedelijke ruimte radikaal vernieuwd. Kernstuk van dit plan is zijn voorstel om het door een ieder verafschuwde gebouw 'het Maupoleum' aan de Jodenbreestraat (ooit omschreven als horizontaal Manhattan effect in de binnenstad) niet af te breken, maar in te pakken. Een glazen schil met met kleine torenachtige uitschieters onttrekt de lange botte gevelwand van het Maupoleum aan het oog. De oorspronkelijke functionaliteit van eindeloos lange kantoorgangen wordt door koppeling met de glazen schil, dwars doorsneden. Dit universiteitsgebouw (met onderin textielhandelaren, gebouwd met geld van het Philps Pensioenfonds door Maupie Caransa) gold als schoolvoorbeeld van slecht begrepen 'nieuwe zakelijkheid'. Door het architectonsich in te pakken zou het weer geïntegreerd worden in de fijnere structuur van de binnenstad. 'Nieuwe gezelligheid' noemde Tuijnman zijn streven.
Het Maupoleum is inmiddels gesloopt en twee bouwvolumen met met plat afgesneden onfraaie achterkanten tot in het grachtenwater zijn er voor in de plaats gekomen (toneelschool, winkels en kantoren). De lange botte gevelwand van het Maupoleum is vervangen door nieuwe saaie plompheid. Wel staat er - pal tegenover - het grootste gerealiseerde bouwwerk van Dik Tuijnman 'Grand Vista', een gebouw met woningen, marktkramenopslag en winkel/werkruimtes. Ook realiseerde hij ernaast een rijtje 'casco-woningen', die het gat opvullen tussen het losstaande pand Jodenbreestraat 24 en het bedrijfsgebouw waarin vroeger het Sociaal Fonds Bouwnijveheid gevestigd was (links van het Rembrandthuis).
Hier krijgt Tuijnman's idee van sociale vormgeving door 'druk en tegendruk' vorm. De Britse firma Grand Vista - met geld van verzekeraar Equity & Law - wilde alles behalve het Rembrandthuis slopen voor één groot massief kantoorgebouw, had daar bijna al toestemming van de gemeente voor verkregen, maar werd door de 'tegendruk' van bewoners en krakers op het nippertje verdrongen (een bezwaarschrift van de actiegroep, een hoorzitting onder leiding van de toen kersverse wethouder voor D'66 Gerrit-Jan Wolffensperger en een nota van PvdA Raadslid Frans van der Ven "Geef Rembrandt een beter buur", deden het tij keren).
De in 1977 op Jodenbreestraat 24 gevestigde, door vrijwilligers gedreven, boekhandel Het Fort van Sjakoo, is daarbij het actiecentrum (zit er nog steeds) en Dik Tuijnman ontwerpt eerst het meubilair voor de radicale boekwinkel en krijgt later ook de opdracht voor een alternatief ontwerp nadat het kantoorplan niet door ging. Het wordt sociale woningbouw. "Hier horen geen Kantoren" was de leuze op muren en pamfletten. Grand Vista bleef de naam en hier is een stukje van de 'grootse visies' van Dik Tuijnman voor dit deel van de binnenstad verwerkelijkt. Dik Tuijnman had enkele jaren daarvoor al in de Nieuwmarktbuurt een blokje nieuwbouwwoningen gerealiseerd in bebouwingsgaten even buiten het tracé voor de metro-oostlijn, in de Dijkstraat en het erachter liggend steegje de Kleersloot.
Timmeren blijft een constante in het leven van Tuijnman. Daar is hij zelf opdrachtgever, ontwerper en uitvoerder, zo zaagt hij in 1967, samen met zijn toenmalige vrouw de architecte Thelma Neleman, eenvoudige zitmeubelen, vaak heel econonisch uit één enkele multiplex houtplaat. Soms met grote tussenpozen ontstaan zo meubelen, zoals de 'Eliptische tafel uit één plaat" in 1987, ook een stoel ooit bedoeld voor een nieuw interieur van Café Welling (1990).
|
|
Vaak komt het niet verder dan een prototype, zoals de opvouwbare 'Wellingtonkruk' uit 1990, een vouwstoel met tuigage uit 1994, met als laatste het 'VouwKnikKrukje' uit 2002, een opvouwbaar houten stoeltje dat bij evenementen door bezoekers onder de arm meegedragen kan worden, met een hoesje op het zitvlak waarin een kaartje of programma behorend bij een evenment, geschoven kan worden. Hij probeerde nog de Friese schaats- en gereedschapfabriek Nooitgedacht te intereesseren omdat zij zo bedreven zijn in het vastzetten van metalen draaipunten in hardhout (zoals bij de duimstokken die zij maken).
Wat hij zelf geleerd had gaf hij ook door aan anderen, in het gangbare onderwijs (Rietveld Academie, Academie voor Bouwkunst Amsterdam, alsook een gastdocentschap aan de Universiteit van Amsterdam, afdeling Planologie), maar ook daarbuiten, zoals bij de mede door hem opgerichtte 'Zondag Timmerschool', die voorzag in de behoefte van krakers, van met name grotere bedrijfspanden, om zelf de verbouwing van de door hen verworven ruimtes te kunnen uitvoeren. Begonnen in 1975 in de coöperatieve werkplaats 'Stadstimmertuinen' in de Dijkstraat, na de ontruiming en sloop voorgezet in de voormalige Melkfabriek in De Pijp).
Zelfbouw door bewoners is iets dat Dik op alle niveaus ondersteund heeft. Dat begon al met de opname van de bouwkundigetoestand, het maken van een ontwerp, tot op het met vereende krachten verbouwen van huizen, met als bekend voorbeeld het pand in de Govert Flinckstraat 213 (1973/74), een door brand verwoest pand als casco gekocht en als groepswoning door de nieuwe bewoners opgebouwd. Tegenover de verkiezingsleuze van de PvdA wethouder Jan Schaefer "Bouwen voor de Buurt", stelde Dik zijn "Bouwen voor Jezelf."
In het jaar 1978 krijgt Dik Tuijman voor zijn gebouwde, maar vooral voor zijn visionaire plannen de 'architectuurprijs van de stad Amsterdam', ook wel de Wibautprijs genoemd (samen met de Bewonersraad Nieuwmarkt). In het het archief van Dik is een brief te vinden waarin hij de prijs-commissie bedankt en meedeelt zelf niet bij de uitreiking aanwezig te willen zijn. Hij is daar tegen. Tegendraadsheid is een kracht, maar - geheel volgens de theorie van Tuijnman zelf - roep dat ook tegenkrachten op.
In 2002 publiceert het Amsterdamse blad voor uitkeringsgrechtigden 'Mug' een interview van Jette Pos met Dik Tuijnman, waarin zij memoreert dat hij in de bouwwereld als lastig te boek staat, waarop Dik zijn antwoord begint met de zinssnede: "Het gerucht ging dat er mij niet te werken was." Die eigen uitspraak neemt Dik in 2004 als hij in eigen beheer een boekje – 'Trek & Druk' - over al zijn werk uitgeeft, over als 'headline' van een pagina (135). Zijn nadere uitleg leest aldus:
"Dat viel in de praktijk reuze mee, maar ik veranderde wel eens halverwege de bouw. Bovendien stel ik graag dingen ter discussie. Op een zinvolle manier natuurlijk. Dat werd niet geaccepteerd. Ik heb vaak gelijk. En als dat niet lukte liet ik duidelijk merken dat ik er anders over dacht. Dat vond men lastig."
Die lastige man is ons nu ontvallen en zoals vaak met lastposten, worden zij bij leven weinig en naderhand des te meer gewaardeerd. Dik's eigen visie op zijn leven en werk is met veel zorg samengevat en weergegeven in zijn boekje 'Trek & Druk' dat in 2004 uitkwam maar nu uitverkocht is. Daarom hier voor allen die het nog niet kennen en hen die het pas later op het spoor komen, het hele boekje als één lang panorama van zijn leven en werk.
Op de voorlaatste pagina van het boekje 'Trek & Druk' is een gedimde foto te zien van de auteur in witte kledij gezeten aan een tafel, daarboven staat de 'headline' "Nawoord" en de groot gezette tekst:
"Moge het voorgaande u over het dooie punt helpen."
Tjebbe van Tijen 24 september 2016
(met zicht op de zijgevel van dat door ons zo gehate en bestreden gebouw de STOPera)
|