dit is een tekst in wording, informatief genoeg om nu al te lezen
vooral de vele nog aan te makenvoetnoten en toe te voegen andere piot-projecten kosten nog zeker een week 21/5/2017 tj. via transmit pp

0.1 De voorgeschiedenis van dit initiatief gaat 50 jaar terug met een project voor een documentatiecentrum "voor Kunst, Technologie en Samenleving" (DKTS). Bedacht in 1967 door Robert Hartzema (1946), toen student kunstgeschiedenis en Tjebbe van Tijen (1944) toen beeldend kunstenaar. Hun idee kwam voort uit de sterke veranderingen in de kunstpraktijk van de vroege jaren zestig, van gebruikte middelen (nieuwe materialen en technieken, kunst als vorm van wetenschappelijk onderzoek), tot voortbrengselen (niet langer kunstvoorwerpen, maar sociale gebeurtenissen, happenings, events en tijdelijke installatie, environments, expanded-cinema). Activiteiten die vaak plaats vonden op straat en andere locaties buiten de gangbare kunst-instituties. [0.1]

 

0.2 Het DKTS kwam maar gedeeeltelijk van de grond, wel deed Van Tijen, gesteund door het Stedelijk Museum Amsterdam, een eerste verkennend onderzoek (1967-68) waarbij het 'sociale aspect' in toenemende mate benadrukt werd. In 1968 ontstond hieruit het initiatief voor een grote tentoonstelling over de Franse Mei/Juni-68 beweging, die in 1969 in Museum Fodor plaats vond. Hierbij was het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam (IISG) de belangrijkste partner. Veel werk werd hierbij ook verzet door vrijwilligers. [0.2.1] In 1973 kreeg Van Tijen de mogelijkheid om - op basis van deze ervaringen - een documentatiecentrum op te richten bij de Universiteitsbibliotheek Amsterdam (UBA). Zo ontstond het Documentatiecentrum voor Moderne Sociale Bewegingen, kortweg 'Collectie Sociale Documentatie' (UBA/CSD). Dit centrum, had als aanvangscollectie enkele recent door de UBA verworven verzamelingen, met als bekendste het Provo-archief (1969). Daarnaast was er door de toenmalige conservator van het bij de UBA ondergebrachte 'Frederik van Eeden Museum', Sjoerd Wartena (1939), verzameld materiaal rond kernthema's die voortbouwden op het gedachtengoed van Frederik van Eeden (1860-1932): anarchisme, esoterie, spiritualiteit, milieubewustzijn, communes en coöperatieve beweging. Eveneens in 1969 kwamen daar documenten en audioviseel materiaal bij van en over studentenbeweging en Maagdenhuisbezetting. Vervolgens verwierf Wartena in de vroege jaren zeventig, van dichter/schrijver/activist Steef Davidson (1943-2010), een grote collectie affiches, bladen, brochures en pamfletten geproduceerd door internationale 'culturele underground' beweging. Op lokaal niveau werd er - gesteund door de UBA - vanaf 1970 ook sociale bewegingsmateriaal verzameld. Dit gebeurde door een vrijwilliger, Frans Panholzer (1952-2016), die zich toelegde op het vergaren van alle in Amsterdam uitgegeven 'cuturele en politieke pamfletten vanaf het jaar 1960 (uiteindelijk zijn levenswerk met 32.000 gedocumenteerde items). [0.2.2]


0.3 Dit brede scala, artistiek, politiek, emancipatoire en spiriueel, vormde de voedingsbodem waaruit vanaf 1973 (na het vertrek van Wartena) UBA/CSD groeide. In een kwart eeuw werden 150 archieven en verzamelingen van groepen en personen verworven, alsook directe acquisitie gepleegd bij aan bewegingen gerelateerde beurzen, boekhandels, manifestaties, in binnen- en buitenland. Er werd vaak projectmatig gewerkt, waarvoor tijdelijke medewerkers aangetrokken werden. [0.3.1] Voor het ontsluiten van iconografisch materiaal (affiches en andere beelddragers) was gedurende vele jaren Mieke Beumer aan het centrum verbonden. UBA/CSD functioneerde van 1973 tot 1998 en ging in 1990 over naar het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, eveneens in Amsterdam (IISG). [0.3.2]

 

0.4 In het jaar 1988 werd door Tjebbe van Tijen de organisatie Imaginary Museum Projects (IMP) opgericht, een combinatie van kunstpraktijk met archief- en bibliotheek-werk, gebruikmakend van 'multi-media' ondersteund door de toen algemeen bereikbaar wordende computertechnologie. Doelstelling was: 'dramatising history with low- and high-tech interfaces'. Het aantal medewerkers fluctureerde sterk over de jaren, afhankelijk van uit te voeren projecten en beschikbare financiën. In bijna dertig jaar werden enkele tientallen projecten gerealiseerd, gebruikmakend van bestaand institutioneel archiefmateriaal, als ook - projectmatig - nieuw archief verworven. [0.4]

 

0.5 In 2002 werd door IMP een aanvang gemaakt met het ontwikkelen van een 'event-based' visueel documentatiesysteem, waarvan de eerste versie in 2006 on-line gebracht werd. Het verzamelde en gedocumenteerde materiaal werd kort samengevat onder de titel 'Art~Action~Academia' (AAA), het betrof bijna 150 'gebeurtenissen' (events) en 'werken/projecten' met dwarsverbanden in het bereik van kunst, actie en wetenschap uit de periode 1960-2002. [05]

 

0.6 Met het ouder worden van iedere generatie - komt ook het gebruikelijke aanbod van persoonlijke verzamelingen die teloor dreigen te gaan en materiaal van groepen die niet langer bestaan, materiaal dat vaak bij institutionele instellingen niet (meer) opgenomen wordt en/of verwerkt kan worden. (zie onder 13). Dit alles heeft geleid tot het navolgende nieuwe initiatief. Een initiatief waarbij enkele bestaande alternatieve archieven betrokken zijn (Staatsarchief, Amsterdam; Vrije Archief Nieuwmarkt; Universiteit van de SocioRuimte, Heerlen). [0.6]


1 Het ArchiefComité Van de Toekomst (ACVT), heeft als formele organisatievorm een ‘stichting’ die het werk regelt en een ‘vermogensfonds’/’trust fund’ die de financiering verzorgt. Belastingtechnisch heet zo’n vermogensfonds in Nederland een ‘Algemeen Nut Beogende Instelling’ (ANBI). Schenken aan een ANBI biedt belastingvoordelen. Het ACVT heeft naast een algemeen bestuur, dat vooral de doelstellingen bewaakt, meerdere werkgroepen die specifieke archiverings- en conserveringsprojecten initiëren en uitvoeren. Het ACVT heeft ook een 'comité van aanbeveling', een supportersgroep van mensen die vanuit hun sociale netwerk met suggesties komen en helpen de gestelde doelen te verwezenlijken.

 

2 Het Archiefcomité Van de Toekomst houdt zich bezig met het in het publieke domein brengen en houden van persoonlijke en groepsmatig bijeengebrachte verzamelingen van documenten en objecten gerelateerd aan de kruisverbanden tussen Art~Action~Academia [1], zowel in tastbare als in digitale vorm. De hier genoemde inperking van het ‘verzamelgebied’ is er een voor de eerste fase. Indien het comité erin slaagt in dit beperkte domein succesvol op te treden kan overwogen het aandachtsgebied – aan de hand van wat zich in de praktijk aandient – uit te breiden.

 

3 ACVT ontwikkelt documentatie- en digitaliserings-systemen onder de noemer 'Ars Memoria Systeem' (AMS) en stelt deze belangenloos ter beschikking. Een applicatie/systeem waarmee verzamelaars, of hun naasten, zelf hun collecties communiceerbaar en overdraagbaar kunnen maken, hierin actief gesteund door projectgroepen van het ACVT.


4 Het Ars Memoria Systeem (AMS) biedt, naast beschrijvende en conserverende handelingen, een methode om beredeneerde keuzes te maken aan de hand van kennis over wat elders al beschikbaar is (dus niet nogmaals gedaan hoet worden), wat fysiek te behouden, wat enkel in digitale vorm te bewaren, of een combinatie van deze beide opties. [2]

5 Niet enkel verzamelingen en specifieke onderdelen daarvan (handschriften, administratie, correspondentie, foto’s, geluidsopnamen, pamfletten, affiches, brochures, boeken, etc.) hebben de belangstelling van het ACVT, maar eveneens de persoonlijke informatielandschappen van de verzamelaar, de wijze waarop dat alles bewaard, verpakt en geplaatst is of was. [3]


6 De AMS database heeft aparte modules om dat te documenteren, zowel als hiërarchisch geordende locaties in een database (huis; verdieping; kamer; plattegrond; kast; kastdeel; onderwerpsgewijze plaatsingsreeksen van boeken; dozen en andere containers; mappen en bundels) als hieraan gekoppelde foto en video-opnamen, eventueel aangevuld met interviews met de verzamelaar of nabestaanden. [4]

7 Boekenverzamelingen, van geordende handbibliotheken tot door boeken overspoelde wanden en kamers, krijgen een aparte behandeling. Immers, boeken zijn vrijwel altijd in oplagen vermenigvuldigd en wat iemand in de kast heeft staan is grotendeels al in bestaande bewaar-bibliotheken aanwezig. [6] Toch is het vaak zo dat een persoonlijke boekenverzameling, zeker als die op enigerlei wijze op onderwerp geplaatst is, een bovenliggende informatiewaarde kan hebben, die verder rijkt dan de enkele delen ervan. Te weten wat iemand verzamelde, daardoor wist, hoe deze kennis gerangschikt was en hoe die rangschikking (vaak slechts een deel van een persoonlijke boekverzameling betreffend) gerelateerd kan worden aan ‘werken’, projecten, gebeurtenissen en andere thema’s van een persoon of een groepering, geeft een beteknisvol verband aan wat anders teloor was gegaan of bij latere onderzoekers als onsamenhangend overkomt. [5]

 

8 Het Ars Memoria Systeem heeft hiervoor een aparte module waarmee zulke verzamelingen, of delen ervan, geïnventariseerd en gevisualiseerd kunnen worden. De te verwerken reeksen van boeken worden allereerst gekoppeld aan de grootste boekcatalogus ter wereld worldcat.org (een on-line beschikbare gecombineerde catalogus van enkele duizenden bibliotheek/archief instellingen in de wereld). [7] Verder wordt van ieder opgenomen boek een digitale opname van de omslag (in speciale gevallen ook meer pagina’s) gemaakt. Op basis van deze gegevens en visualisatie (waarbij impliciet ook het aantal pagina’s van een boek en de maten gekend zijn) kunnen dan virtuele en interactieve boekenplanken gegenereerd worden, die via het internet beschikbaar komen. [8]

 

9 Doordat wordlcat.org ook kan aangeven (per land, regio of plaats) waar exemplaren van een specifiek boek-exemplaar aanwezig zijn, kunnen ook zinvolle beslissingen gemaakt worden welke delen van een boekverzameling wellicht aan bestaande bewaarinstellingen aangeboden kunnen worden en welke boeken weggegeven, geruild, verhandeld of op andere wijze afgestoten kunnen worden. Dit vrijwaart bestaande bibliotheek- en archiefinstellingen van de zo langzamerhand onmogelijke taak om pallets vol boekdozen in uitpuilende depots (daar vaak in haast achtergelaten door de verzamelaar zelf of familieleden) te moeten doorwroeten om uiteindelijk slechts enkele bijzonder geachte exemplaren te behouden.

10 Zo ontstaan overdraagbare verzamelingen, waarbij gedigitaliseerd materiaal, alsook digitaal ontstaan materiaal (digital born) op de web-site van het ACVT blijvend publiekelijk toegankelijk zijn. Dit met gebruikmaking van zoekhulpmiddelen voor zowel algemene oriëntering als specifieke vragen. Zoekhulpmiddelen waarbij visualisatie gebaseerd op dynamische interactie van beeld- en tekstelementen uitgangspunt is.

11 Het ACVT is een comité met actieve leden en werkgroepen die buiten de trage gang van de ambtenarij van bestaande overheids- en institutionele-archieven opereren. Dit sluit niet uit dat - op de lange termijn - overdracht van beheer, van met behulp van het ACVT ontstane georganiseerde verzamelingen, plaats kan vinden naar bestaande archief- en bibliotheek-instellingen. Het ACVT functioneert dan als een ’historisch doorgeefluik’.

 

12 De database van het AMS heeft hiertoe een ingebouwde mogelijkheid om gegevens gestructureerd om te zetten naar de verschillende in gebruik zijnde bibliotheek- en archiefstandaarden. Dit kan doordat de dabase door middel van een sturingsprogramma records in verschillende formaten kan genereren, waaronder als meest gangbare overdrachtmethode het XML formaat (Extensible Markup Language). Het Ars Memoria Systeem heeft ook modules om een heel aantal vaak verouderde of te simpele data-bestanden (die in sommige gevallen in het verleden al gemaakt zijn vaak) om te zetten (digitale restauratie). Dit is onder meer gebeurd bij het ACVT pilot-project voor de verzameling 'Nic Tummers/USR (Universiteit van de SocioRuimte). Het AMS wordt zelf ook als 'systeem' beschreven volgens de geldende normen voor 'Functional Requirements for Bibliographic Records' (FBR), dit om de conituïteit, bij overdracht van ACVT data aan nieuwe generatie medewerkers en instellingen die in de toekomst verzameldelen overnemen, veilig te stellen.

 

13 Zeker in dit tijdsgewricht, waar er in de culturele sector sprake is van structurele bezuinigingen op archieven en bibliotheken, in bepaalde gevallen zelfs gerenommeerde bewaarinstellingen geliquideerd worden of deels verloren gaan (zoals het drama van de bibliotheek van het Tropeninstituut in Amsterdam) [9] is er een rol weggelegd voor zo’n ‘niet-institutioneel’ actiecomité dat zich richt op het cultureel erfgoed van persoonlijke en niet-institutionele biblioteken, archieven en museaal getinte collecties.

 

14 Het enorme domein van via het internet beschikbaar gesteld materiaal dient hierbij apart genoemd te worden. Dat gaat niet enkel voor materiaal op persoonlijke of door een groep geïnitieerde web-sites, maar ook voor het vluchtige informatie-materiaal dat zich manifesteert op sociale media. Ook hier geldt dat er keuzes gemaakt moeten worden, omdat al te grote bewaarzucht er uiteindelijk toe zal leiden dat 'onbelang' belang overwoekert.

 

15 De module voor digitale-plakboeken (scrapbooks) 'AMSnote' van het AMS kan bij het maken van keuze een middel zijn. Ook voor het bewaren van email bestanden zijn bewaarsystemen in ontwikkeling, waarbij de email-schrijvers (of desgewenst nabestaanden) de mogelijkheid dienen te hebben om dat wat zij niet willen overdragen of buiten het semi-publieke of publieke domein willen houden, te merken voor de-selectie. [10]


16 Bij behouden en bewaren van zogeheten 'internet-domeinen' wordt op de web-site van het ACVT een sub-domein gemaakt die dezelfde oorspronkelijke domein-naam zal krijgen. Verwijsregisters van het ACVT - die ingelezen worden door de grote zoekmachines - zorgen er dan voor dat wie een opgedoekte web-site niet meer kan vinden, al snel een verwijzing ziet naar de archief-versie. Natuurlijk wordt er ook rekening gejouden met materiaal dat al aanwezig in bestaande gigantische internet-archieven, zoals het Internet Archive en de daaraan gerelateerde Way-Back-Machine. [11]

 

17

NB het ACVT is een organisatie in oprichting... deze tekst is een voorlopige tekst gemaakt bij de gelegenheid van de lancering van een nieuw boek over de provobeweging van de hand van Marko Otten (Amsterdam De Balie 13 mei 2017) [*] en de oproep voor het vormen van een werkgroep voor het hieronder genoemde project:

[*] http://provoboek.nl/blog/

PROVO-CORRESPONDENTIE Digitaliseren, transcriberen en documentair ontsluiten van alle correspondentie uit het Provo-archief en aanverwante archieven, zoals die nu aanwezig zijn bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) en andere bibliotheken en archieven, waarbij ook gestreefd wordt naar het opnemen van aanvullingen (in fysieke of digitale vorm) op de nu bestaande correspondentie-collectie.

 

Na de eerste digitaliseringsfase, worden alle digitale brieven en bijbehorende andere documentaire objecten (bijsluitsels enz.) ten behoeve van een nog te vormen werkgroep, (niet-publiek) on-line gebracht. Deelnemers aan de werkgroep (die de benodigde ‘credentials’ hebben) krijgen een log-in en kunnen dan bepaalde brieven of reeksen van brieven adopteren. Handgeschreven brieven worden zo machineleesbaar gemaakt en alle genoemde namen en hun onderlinge verbanden, alsmede gebeurtenissen en plaatsen worden middels een systeem van gecontroleerde trefwoorden gedocumenteerd.

 

Er is ruimte voor allerlei vormen van toevoegen van persoonlijke reactie, zowel in geschreven als in gesproken vorm (voice messages, video-messages). Ieder document krijgt tevens op datum een ‘posting’ in een gekoppeld web-blog systeem (Wordpress), om gedachten/informatie-uitwisseling over een specifieke brief mogelijk te maken. Dit alles is -in de werkfase - en enkel bedoeld voor leden van de Provo-correspondentie werkgroep.

 

Na afsluiting van het project kan (mede door deze werkgroep en waar nodig met nog levende betrokkenen, bepaald worden welke briefdocumenten geheel publiek en welke semi-publiek (op aanvraag) beshikbaar gemaakt worden. Bij overdracht van het eerste deel van het Provo-archief aan de Universiteitsbibliotheek Amsterdam was het beding dat al het materiaal (met uitzondering van de correspondentie) openbaar toegankelijk diende te zijn. Gelijke regelingen waren er bij de latere verkoopvan het archief van Roel van Duijn in 1977. [**]

In 2019, is het meer dan 50 jaar geleden dat de 'zorgdrager' van het Provo Archief (de toenmalige Stichting voor een Goed- en Goedkoop Leven) de verzameling verkocht aan de Universiteitsbibliotheek Amsterdam. In de huidige praktijk hebben onderzoekers die zich aanmelden bij het IISG, vrijwel altijd toegang kregen tot de correspondentie uit de aan de provobeweging gelieerde archieven. Bekeken kan worden of niet delen van die correspondentie, die nu enkel ter plekke raadpleegbaar zijn, openbaar gemaakt kunnen worden via het internet. Dit om een breder publiek - letterlijk - inzicht te geven in het voor historisch onderzoek (ook door leken) inspirerende karakter van dit materiaal.

[**] Zie mijn samenvatting over de overdracht van dit archief en dat van Roel van Duijn in een naschrift bij het boek van Van Duijn "Provo. De geschiedenis van de provotarische beweging 1965-1967", 1985.

Aanmelden voor deelname aan de werkgroep (plaats het woord ProvoCorrespondentie in de onderwerp/subject lijn/line) kan via:
Tjebbe van Tijen/Imaginary Museum projects


This is a page with work in progress... working on the notes now (16/5/2017 tj.)
 
[1] http://imaginarymuseum.org/AAA/indexAAAtest2.html
[2] http://imaginarymuseum.org/AMS/index.html
   
[3] http://imaginarymuseum.org/SITUTweb/index.html
[4]  
[5]  

.

 

[6]    
[7]    
[8]    
[9]    
[10]    
     

 

Use this QR-code to share this link with others or on other devices (contains the URL of this page)